donderdag 11 december 2014

06 heel charmant.. niets is wat het lijkt



Vroeg in de ochtend rijden we over de Coastal Road naar Serekunda.  Bij Tanji hebben we prachtig zicht op de spiegelgladde zee, erboven een strakblauwe lucht. De radio kraakt dat het een aard heeft, maar de reggae perst zich er doorheen. Tapha rijdt, met de blik strak op de weg gericht. Het mag dan geasfalteerd zijn, een pothole heb je zo te pakken. Met een deuk in de velg of een klapband als gevolg.  In Serekunda hopen we Seedou te treffen met pick-up en trailer om de containerspullen op te halen. Hopen is een magisch woord hier, want je weet nooit hoe het loopt.  Want drie uur later heeft Tapha weliswaar telefonisch contact gehad met hem, maar van enige fysieke aanwezigheid is geen sprake. We hangen wat rond op Seedou’s ‘kantoor’, pinnen wat geld (welja.. waarom niet?) en hangen weer verder. Om het uur zeg ik dat het genoeg geweest is, dat we gaan. Dan belt Tapha weer en zegt Seedou weer dat hij eraan komt.
Dan staat er opeens een lange vrachtwagen voor onze neus. “He is from Gunjur!”maakt Tapha zich vrolijk. “Let him take some”. Ik heb allang geleerd de regie uit handen te geven en zie hoe doos na doos, pakket na pakket in de open laadbak verdwijnt. Zigzag leunend over elkaar wiebelen de dozen over de andere spullen. Ik kijk bezorgd. Tapha kent die blik en stelt me als altijd gerust: ”all is gone be allright ;-) “. Als alles weg is voor 1000 dalasis, belt Seedou dat hij een mannetje stuurt met de pick-up om de vloertegels op te halen.  De trailer heeft het helaas begeven.
Als we ’s avonds aankomen met schemer – prachtig die palmboomsilhouetten tegen de oranje lucht – ligt het zootje ongeregeld al bij Kawsu’s benzinestation aan de hoofdweg. Vandaar gaat het via een hels zandpad naar de Roundhut. De jongens worden bijna letterlijk opgetrommeld om de containerinhoud voor een deel met de kruiwagen te brengen. De twee jeeps worden torenhoog opgepakt met bedden, tafels en stoelen. Het lijkt wel of ze klaar staan om naar Mauretanie te vertrekken.  En de pick-up met dure tegels? Die is er nu nog steeds niet. Hij zal wel pech hebben vrees ik.
 Ach ..  ”all is gone be allright ;-) “

05 Van pick-ups en trailers



De rondom ingedeukte smerige  pick-up  die de vijfenveertig dozen met vloertegels op moet halen lijkt gereduceerd tot een speelgoedautootje tussen de enorme op vrachtwagens liggende containers. Alles is groot en veel . Een container  met dozen vaseline wordt onder het toezicht van een Indiër door Gambiaanse mannen uitgeladen.  Dit is waar ik al veel over gelezen heb en ik vraag de Indiër eigenlijk naar de bekende weg. “You are from India. Why are Gambians not doing this business?”  Lachend met zijn armen relaxed over elkaar houdt hij zijn handel in de gaten en wijst op een kleine zwarte man die bijkans onder de laadklep verdwijnt. “Ask him, he knows ” antwoord hij breed glimlachend. Ik hoef het mannetje niets te vragen. Hij lijkt zijn antwoord standaard bij zich te hebben. “First you need money to start, then you can work”. Eenvoudiger had hij het niet uit kunnen leggen. Als je geen startkapitaal hebt kun je geen business starten.
 Ondertussen bekijk ik de dozen die met torens van vijf stuks op het hoofd de loods in worden gedragen. Wie gebruikt er in godsnaam vaseline in Gambia? Ik heb het nog nooit gezien. En waar komt het vandaan? “South Africa” wijst de man. Alsof het om de hoek is. Even langs de Westkust de oceaan langs en je bent  in Gambia.
Ondertussen heeft zich een kleine Chinees bij me gevoegd. Een slap katoenen tasje bungelt  rond zijn schouder. Hij wijst en roept naar Gambianen die in de weer zijn met kruiwagens. Dat hij op een of andere manier iets met mijn vloertegels te maken heeft wordt me later pas duidelijk. Hij is goedlachs en lijkt het goed te kunnen vinden met de locals. Inmiddels is de pick-up omgeven door werklui die in allerlei talen met elkaar praten en lachen. Het is een gezellige boel. Het lijkt erover te gaan dat de pick-up niet bij de loods van de tegels kan komen omdat aan weerszijden vrachtwagens met containers de boel blokkeren. Waar de chauffeurs zijn. Wie ze gaat waarschuwen. Niemand. Na  een kwartier delibereren besluiten ze over te gaan op plan twee. Dragen ze de loodzware dozen eerst nog op het hoofd, even later worden ze per drie stuks rennend met een kruiwagen van de loods naar de auto gereden. Of er iemand is die de dozen telt vraag ik me af. Tellen is altijd leuk. Je begint in het Engels, gaat over in het Mandinka en uiteindelijk – “Nie Hao!” – vermaken de mannen zich met de kleine Chinees die op zijn manier telt. Ze halen hem over mandinka te spreken. Als hij het probeert liggen ze dubbel van het lachen. “I cannot do it” lacht hij zijn eeuwige lach, “ the sound is too too difficult for us”. Ondertussen is er al een flinke bodem in de laadbak gelegd. Vijfenveertig dozen lijkt niet veel, maar gevuld met tegels wordt het een ander verhaal. Langzaam begint de wagen dan ook achterover te hellen. Als na een uurtje converseren, laden en lachen de klus eindelijk geklaard is vraag ik de Chinees of hij alleen in tegels doet. “Tiles?! No this is not my business.” Niets is wat het lijkt in Afrika en wat de man dan met dit inladen te maken heeft zal me nooit duidelijk worden.
We geven de chauffeur van de pick-up geld om benzine te kopen en hopen hem straks bij de Roundhut weer te zien. Helaas. Het is al heel lang donker  en een komen en gaan van bushtaxis aan de hoofdweg. Maar van de pick-up geen spoor.
 Veel later – ik maak me allang niet meer echt ongerust – blijkt de pickup pech te hebben gehad en moest de boel overgeladen worden. “You think the tiles are safe?” vraag ik Tapha. Die is altijd hogelijk verbaasd bij dit soort vragen en lacht “of course!”
De volle maan beschijnt de geasfalteerde weg in Gunjur. Donker Afrika. Thuis blijkt de elektriciteit uitgevallen en kan ik Tapha’s kamer eindelijk opleuken met de meegebrachte kerstverlichtingen op batterij. Wordt het de avond voor het huwelijk toch nog gezellig in ‘huis’.

dinsdag 9 december 2014

04 stress in een warm land

Anderhalf uur ben ik weg om verf te halen en het leed is even niet meer te overzien. Doodleuk - met armen en gezicht vol witte verfspatters - staat Salieu met fiets ons op te wachten aan de hoofdweg. 40 kg verf is niet te tillen, dat moet op de bagagedrager. Waren we op de heenweg met mijn jeep, de terugweg moest per bush taxi. Zware emmers bovenop en Lamin en ik samen geperst op een gammel bankje. Tapha had de jeep nodig om zijn ouders - flink wat dorpen verderop -  te vertellen dat we donderdag gaan trouwen.
Goed, Salieu dus. " What are you doing?" vraag ik hem ongerust, wijzend op zijn ondergeverfde bruine armen.  Want hoe kan je nou verven als er geen verf is?! Voor Salieu geen probleem. In zijn ijverigheid - ik had hem op zijn kop gegeven dat hij steeds kortere dagen maakte - was hij maar vast begonnen de buitenkant van de roundhut met ongebluste kalk te witten. Geheel Amsterdams ontsnapte me een FUCK?!! De rete dure buitenverf die we gisteren aangeschaft hebben kan beslist niet over dit soort zooi, goed voor binnen maar een ramp voor buiten. Sjokkend in de hitte achter de fiets heb ik nog flink staan foeteren, eindigend met een dreigend "you wash it all out!" en zo leek ik toch nog op een slavendrijver vrees ik. "More water! More more water!" Poetsend en plonzend kwam beetje bij beetje het witsel er weer af en doordrenkte de harde grond met witte plassen water. Uiteindelijk heb ik ze de opdracht gegeven naar de stucadoor te luisteren en slechts te doen wat hij zegt: "put cement with water over it".
Zucht. De stress neemt hand over hand toe. Het huwelijk kunnen we met moeite binnen de perken houden. Deze wil voor het halve dorp koken, die wil voor honderd man baobab juice maken en een ander laat het liefst een enorme muziekinstallatie aanrukken. Je hoeft je niet af te vragen wie dat moet bekostigen. Gelukkig was ik niet de enige die de bui zag hangen. Oumi fluisterde me in het oor dat de hele Jola gemeenschap op zal komen draven om zich tegoed te doen aan de enorme schalen met rijst, couscous, groenten, kip en wat al niet. "Say no Tineke. Stop them!" Ik doe niets liever. Tapha doet de ceremonie donderdag om vijf uur met alle mannelijke familie, vrienden en
kennissen. De vrouwen mogen gezellig met mij aan de Baobab juice. En daarmee moet het klaar zijn.
Tapha gaat nog wel even een nieuwe kaftan kopen. Leuk in dezelfde kleur als mijn jurk? Hij kijkt me verbaasd aan. " I choose nice colour!" Het zal me niet verbazen als hij in fel roze verschijnt. Want de mat die hij laatst kocht zou met zijn roze en lichtblauw niet misstaan op een tienerkamer.

vrijdag 5 december 2014

03 Hoe ik overruled werd

Oumi kwam in haar kleurige vrijdagse japon met hoofddoek het eten brengen. Kaarsrecht schrijdend over de zanderige paadjes met twee schalen op haar hoofd. De kinderen, eveneens op hun 'vrijdags' spelen om haar heen en lopen haar voor de voeten. Vrijdag is als onze ouderwetse zondag. Op tijd gewassen en schone kleren aan. Werken en school duren maar een halve dag. Om twee uur naar de moskee, dat wil zeggen.. de mannen. Vraag me niet wat de vrouwen doen.
Oumi dus. Ze zet de grote en de kleine schaal op de stoffige cementvloer van de Roundhut. De half doorschijnende sjaal die de boel mij elkaar gehouden heeft zal ze later weer om haar hals doen.Opeens is de verdeling anders dan anders, Oumi eet samen met haar dochtertje en ik van de kleine schaal die eigenlijk voor Tapha en mij bedoeld is, Zo kunnen we ondertussen kletsen met elkaar zonder dat we haast hoeven te hebben. De mannen eten van de grote schaal. De kinderen eten van de deksel. Allemaal op de hurken rond de rijstpot met groenten en vis, Oumi kookt heerlijk, Speciaal omdat het vrijdag is had ze Benachin gekookt. De rijst is dan gebakken en gemengd met bouillon. Maar ter zake.

Al gauw werd het vrouwenpraat en kwam het hoge woord eruit: waar Tapha en ik zouden slapen. In de slaapkamer natuurlijk! riep ik lachend. Ze vond me maar een 'bandito' en liep op een van de slaapkamers af. Ik tekende het bed op de vloer en wees op de zojuist geplante coconut. "Is it not nice? To wake up in the morning when the sun is rising?" Oumi recht haar rug nog ietsje meer en kijkt me lachend aan. Haar grote ogen staan stout.  "You should marry Tineke. Please  Marry Tapha. I beg you.." Ze heeft ondertussen mijn hand gepakt en probeert me over te halen om vooral met Tapha te trouwen. Hemellief. Ik kijk om me heen en zie de Roundhut: van Tapha en mij heb ik besloten. Trouwen kan dan ook nog wel, wetend dat ikzelf daar niets voor hoef te doen. Ik begrijp dat het om de 'local marriage'gaat, want ze weet dat ik nooit echt zou trouwen. Mannen wisselen  colanoten uit en voor je het weet ben je de bruid die schittert van afwezigheid. Ik kan me erger voorstellen. Drie trays met softdrinks erbij en het is gepiept. Toch laat ik me niet 123 inpakken.

"Tapha should ask me, is not it?" Jajaja, en dus wordt Tapha geroepen. Met ons drietjes staan we voor het raam. Tapha weet van verlegenheid niet waar hij kijken moet. Zijn ogen dwalen naar het golfplaten dak en naar de grond, maar mij ziet hij niet. Ik plaag hem nog eens extra en vraag hem of we daar soms staan om de tegelvloer door te nemen. Of de te decoreren buitenkant van de Roundhut. Tersluiks kijkt hij me aan en mompelt iets van "....marry you". Nou daar wil ik dan wel het fijne van weten, want ik ben nog nooit ten huwelijk gevraagd. Vragen is trouwens teveel gezegd, Tapha zégt dat hij met me trouwt. Ik vind daar dan wel een omhelzing bij horen en Oumi slaat ons tevreden gade.  
Maar nu de praktijk. Haha, zegt Oumi, nu moet je wassen en koken etc. Ja hoor lach ik terug. Helemaal goed! Als ik denk dat we nu alle gekkigheid wel gehad hebben komt ze met de vraag wie de vader is. Pardon?!  Ongetwijfeld is dat niet de vader van Tapha anders had ze dat niet gevraagd. "Is Omar!" doet Tapha een duit in het zakje.  Omar is mijn contactpersoon hier en de man van  Oumi. "No problem" antwoord ik dan ook. Je hoeft niet te wachten op de vraag wie de moeder is: Oumi natuurlijk. Ze kan mn dochter wezen.
We lachen ons gek maar tegelijkertijd ben ik ook heel verbouwereerd. Donderdag moet Tapha verschijnen met de colanoten en de softdrinks en de hele mannelijke meute van zijn compound. En ik, hoef ik niets te doen? Nee, ik hoef alleen maar getrouwd te worden.. Nou jaaaaa... Of ik het nog aan iemand moet vertellen of dat het vanzelf de ronde doet. Nee vooral niks vertellen want dan kunnen mensen er een stokje voor gaan steken. Uit jaloezie bijvoorbeeld.

Ik zal het allemaal wel zien, ik ga in ieder geval niets regelen hahahaha!
 (Ondertussen komt Tapha binnen met de eerste tray softdrinks..)

02 KanKangeToe

Wat zeg je?! "We go to KanKangeToe" .. Het standaard antwoord op de standaard vraag "Waar ga je naar toe?"
'KanKangeToe' is nog het best te vertalen met 'landje/stukje land on de bush'. Hoewel de bush met de dag geciviliseerder wordt. Met een kapmes hebben Sainee en Bubacar - de hulpjes van Tapha in de garage - een stuk grond schoongemaakt voor de Roundhut. De vorige keer geplante  sinaasapelboompjes zijn nu weer te zien. Van de twaalf bananen planten cq bomen hebben er negen overleefd. Maar Sainee gaat de ontstane gaten snel weer vullen met bananen stekkies. Hij noemt ze 'babys'.
De werkers hebben fantastische ideeën om het hier mooi te maken. Zelf hebben ze daar het geld niet voor dus niets is leuker dan duizend dalasis in je handen te krijgen om drie kokospalmen aan te schaffen. Ze stellen een plek voor en ik vind alles goed. Dus worden er direct drie gaten gegraven op het terrein zodat ze vandaag nog geplant kunnen worden.
Salieu - watchman op de compound in Kartong -  staat inmiddels voor  mijn neus.  Aan het stuur een zware plastic tas en achterop de 'coconutplants'. De lange groene palmbladeren slepen over de grond. Natuurlijk heeft hij zich niet aan de afspraak gehouden er drie aan te schaffen. Voor tweehonderdenvijftig dalasis extra heeft hij ook maar een vierde plant meegenomen. Ik doe toch niets anders dan betalen betalen en betalen ;-). Van de flink gevulde plastic tas met dalasis is nog maar één pakketje over. Ik zie het maar als een nieuw soort hulpverlening. Want uiteindelijk worden er veel mensen beter van. Mezelf en Tapha incluis.
Ik neem Salieu mee naar de toekomstige slaapkamer. "Look..here we are gonna sleep. I want to see the coconut in the morning". Salieu ziet het helemaal voor zich en lacht: " You and Tapha will see it". Hij gaat nog net niet op de stoffige cementen vloer liggen om het voor te doen. Heerlijke man en met zijn vrouw Arrogi en kinderen onderdeel van mijn lieve families hier.
Ik moet aan de slag. Water koken en koppen nescafe klaar zetten. En de bananen water geven..pffht!  Mijn conditie is ver te zoeken, maar gelukkig ben ik wel!

donderdag 4 december 2014

01 Bericht uit de bush

Als ik moet wachten tot ik tijd en energie heb om netjes te schrijven op mijn laptop, dan kan het nog wel even duren. Dus dan maar -luxe!!- op myn GSM intikken hoe het gaat.
Zit in de Roundhut naast een roestig olievat dat dienst doet als 'breakfast table'. Lamin is de muren aan het 'white washen', Marena is de buitenkant aan het pleisteren, Tapha is de kids aan het terugbrengen want bang voor onze hond Sally. Bubacar en Seeny zijn de bush met een kapmes een kopje kleiner aan het maken. En ik? Ik zit hier me dus rustig te houden. Elke ochtend verzorg ik netjes de wond die nu bijna dicht is. Sexy steunkousen er over aan en proberen niet teveel te belasten.
Het is heerlijk terug te zijn. En tegelijkertijd net of ik niet weg geweest ben. Het is niet heet - koud zeggen ze hier - en prima uit te houden.
Ik hou het kort want schrijven via een app is heel anders dan verantwoorde stukjes maken.
Ik hoop dat dit zo online gezet wordt ;-) Tot later!

donderdag 20 november 2014

Herkansing



Zonder dat ik er erg in had deed ik mijn naam eer aan: over TIEN dagen vertrek ik eindelijk naar Gambia. Ein-de-lijk.. na weken van turen naar de wond op mijn been door zowel de verpleegkundige, artsen en ikzelf.  Opeens ging het hard. De wijkverpleegkundige had  het elke-dag-wond-verzorgen al terug gebracht naar om-de-dag. De rest deed ik zelf volgens haar aanwijzingen. Eergisteren kwam ze met nieuw verband: honingpleister. Dat was precies waar mijn been zin in had. Toen na een dag bleek dat het er opeens veel beter uit ging zien smeerde ik de hele boel maar in met honing. En zojuist kwam het verlossende woord van haar: jij kan weg hoor op 1 december! Ik kon haar wel omhelzen ( maar dat doe je niet).
Ach wat ben ik die vrouw dankbaar. Hoe ze mij er doorheen gesleept heeft.. een Topprestatie! Dank! Dank! Dank!
En nu kan ik opnieuw gaan pakken. Want inmiddels heb ik geen idee meer wat ik destijds in mijn koffer gedouwd heb. Van enthousiasme kan ik bijna niet schrijven. Ik struikel over de toetsen en wil het liefst uit het raam hangen en schreeuwen: ik ga!!!
En mijn woonverblijf in Gambia? Maandag schijnt de deur in de Roundhut gezet te worden. Of er inmiddels tralies of iets dergelijks voor de raamopeningen zitten.. geen idee.  Het eerste nachtje zal ik toch wel ergens anders bivakkeren. Waar? Ook geen idee. Want het moet natuurlijk wel spannend blijven ;-)