Schrijven, ik mis het. Veel dingen kunnen hier niet, no problem. Maar niet kunnen schrijven is het ergst. Teveel te doen, te druk met van alles en nog wat en dan te moe te moe te moe. De batterij van het laptopje gaat maar 2 uur mee, afhankelijk van wat ik wil laden. Wil ik bij mijn bank naar binnen dan kost dat drie uur heb ik gisteren ervaren. Visacard cotroleren dito. Geziijk met cookies die van alles verhinderen. Moet je dat gezellig gaan zitten uitzoeken onder je muskietennet in de nacht. Help! mijn nachtrust! Want internet overdag is helemaal niet te doen. Soms priegel ik wat tekstjes op Facebook via mijn mobiel. Niet ideaal maar goed genoeg om de boel een beetje up to date te houden.
Ook nu dreigt het symbooltje van de batterij weer. Keuzes maken. Een foto plaatsen? Van wie of wat? Ik heb zoveel leuks te laten zien. De tuin die Salieu begonnen is. De jongetjes die voor bouwvakker spelen en mini-blokken maken voor het huis, zoals kinderen bij ons zandtaartjes maken. De hondjes die groter en groter worden en Little Tien die maar achter blijft en met een injectiespuitje gevoerd moet worden. Ikzelf wroetend in de cementharde grond om enorme wortels uit te graven die de bananenplanten dreigen te verdringen. De palmbomen tegen ondergaande zon. Mijn keihard werkende lieve man die als een huisvrouw de afwas doet ( heel bijzonder hier!). Of wij als happy-family ogenschijnlijk op vakantie in Afrika , lurkend aan een flesje fris.. Genoeg moois en liefs om te laten zien, maar helaas. Ik ga proberen snel een keus te maken. Want de tijd dringt. Tot later!
maandag 26 januari 2015
zondag 25 januari 2015
32 Blut
Het is maar goed dat ik geen tijd heb om te schrijven, want de meeste verhalen zou ik dan moeten corrigeren omdat de feiten achterhaald zijn. Zo had ik een verhaal over Oumi die onmisbaar zou zijn met haar kokerij voor mij en mijn werkers. Helaas. Toen ik gisteren met een grote zucht het dagelijkse ritueel van schalen terugbrengen en geld meegeven herhaalde, kwam ik op het idee eens op te tellen wat ik de laatste 2 maanden aan haar betaald heb. Dat was shocking naar Gambiaanse begrippen: meer dan een jaarsalaris. En dat terwijl ik toch echt op de hoogte ben van de levensstandaard hier. Het geld stroomt weg en het is bijna niet meer te behappen. Het betalen van de werkers, hen de hele dag voorzien van eten en drinken (niet gangbaar hier maar een Europees gevoel van mij dat dat moet), een tweede huisje bouwen voor onze "caretaker" Salieu, het is teveel voor iemand met een AOW-tje. Want zo is het wel sinds ik jarig geweest ben, een ouwe tut in Afrika.
Ontsteld toonde ik het lijstje cijfers en trok een vragend gezicht. Wat Tapha er wel niet van dacht. Ook die was geschokt en realiseerde zich niet dat het zoveel geld was geweest. "Maar jij brengt het iedere dag, waarom zei je me niets?" Schouder ophalen en een schuldig gezicht. Salieu brengt uitkomst. "He cannot, then they will spoil his name and they call him a hypocryt!" Maar, zeg ik, hij kan het toch tegen mij zeggen dat het veel te veel geld is iedere dag? Nee dat kan ook niet want ze zullen het horen en dan wordt Oumi "hot" en dat moet je vermijden. Je moet het maar snappen. Dat doe ik dus en maak korte metten door haar op te bellen. Ik vertel haar dat we stoppen met de kokerij, Uiteraard ben ik haar een verklaring schuldig waarom. Oh gewoon, niets bijzonders, ik heb geld voor cement nodig en voor de werkers.. Thats all. No problem. Really no problem. Je liegt hier de hele boel bij mekaar om mensen te vriend te houden. Vooral geen problemen met ze hebben. Nee, no problem, echt niet. Jankend in bed voel ik me vooral teleurgesteld. Ze is "family" en dus te vertrouwen, maar ondertussen heeft ze van het geld de hele familie onderhouden en een flinke zak opzij gezet. Shit. Geen Gambiaan is te vertrouwen. Een klote idee waar ik maar niet aan wil. Tot het geld op is dus. Nu dus, terwijl ik nog maar op de helft van de tijd hier te gaan ben. Vanaf vandaag ga ik zelf koken. Wat heet, de jongens stellen het buurmeisje voor, die heeft toch niets te doen . We zullen wel zien. Vandaag regelen ze het zelf maar. Ik ben er even niet want ga wat mensen voor lunch naar David op het strand brengen. En zelf ook even iets anders eten dan elke dag "fishballs"van de goedkoopste gratenvis die je hier kunt krijgen. Weg ermee! Er komt geen fishball meer in huis en ook de schalen van Oumi niet. Ik heb gezegd. Zijn er nog mensen die me willen sponsoren? Sluit maar aan in de rij ;-)
Ontsteld toonde ik het lijstje cijfers en trok een vragend gezicht. Wat Tapha er wel niet van dacht. Ook die was geschokt en realiseerde zich niet dat het zoveel geld was geweest. "Maar jij brengt het iedere dag, waarom zei je me niets?" Schouder ophalen en een schuldig gezicht. Salieu brengt uitkomst. "He cannot, then they will spoil his name and they call him a hypocryt!" Maar, zeg ik, hij kan het toch tegen mij zeggen dat het veel te veel geld is iedere dag? Nee dat kan ook niet want ze zullen het horen en dan wordt Oumi "hot" en dat moet je vermijden. Je moet het maar snappen. Dat doe ik dus en maak korte metten door haar op te bellen. Ik vertel haar dat we stoppen met de kokerij, Uiteraard ben ik haar een verklaring schuldig waarom. Oh gewoon, niets bijzonders, ik heb geld voor cement nodig en voor de werkers.. Thats all. No problem. Really no problem. Je liegt hier de hele boel bij mekaar om mensen te vriend te houden. Vooral geen problemen met ze hebben. Nee, no problem, echt niet. Jankend in bed voel ik me vooral teleurgesteld. Ze is "family" en dus te vertrouwen, maar ondertussen heeft ze van het geld de hele familie onderhouden en een flinke zak opzij gezet. Shit. Geen Gambiaan is te vertrouwen. Een klote idee waar ik maar niet aan wil. Tot het geld op is dus. Nu dus, terwijl ik nog maar op de helft van de tijd hier te gaan ben. Vanaf vandaag ga ik zelf koken. Wat heet, de jongens stellen het buurmeisje voor, die heeft toch niets te doen . We zullen wel zien. Vandaag regelen ze het zelf maar. Ik ben er even niet want ga wat mensen voor lunch naar David op het strand brengen. En zelf ook even iets anders eten dan elke dag "fishballs"van de goedkoopste gratenvis die je hier kunt krijgen. Weg ermee! Er komt geen fishball meer in huis en ook de schalen van Oumi niet. Ik heb gezegd. Zijn er nog mensen die me willen sponsoren? Sluit maar aan in de rij ;-)
vrijdag 23 januari 2015
31 rally rijden
nb helaas is mijn tekst net opgeslagen. morgen overnieuw!
>
Heftig! Om zes uur vertrekken vanuit Kubuneh, veel te laat want in notime donker.
>
Heftig! Om zes uur vertrekken vanuit Kubuneh, veel te laat want in notime donker.
dinsdag 20 januari 2015
30 Nederlandse les
Sinds deze week zijn we plotsklaps begonnen met Nederlands leren. Als je lichamelijk niets mag doen kom je al gauw op leeswerk uit. En zo kwam ik het boek in mijn laptop tegen. Natuurlijk had ik het weer niet helemaal gescand met als gevolg dat ik de eerste 5 lessen mis. Maar ervaring genoeg om met handen en (zere) voeten duidelijk te maken wat een woord betekent.
Tapha en Salieu zijn de braafste leerlingen die ik ooit gehad heb. Stilletjes luisteren ze 's avonds na het eten naar de Nederlandse woordjes en zeggen ze na. Ondertussen probeer ik bij het woord "been"mijn zere poot olijk de lucht in te steken. Gelukkig komt daarna het woord "tong"en mag ik mijn tong uitsteken.. De jongens zijn bijna te serieus om er om te kunnen lachen, dus dat doe ik dan maar in mijn eentje.
Deed ik het afspelen van de geluidsbestandjes eerst nog via de laptop, nu doen we het via het WakaWaka radiootje. De laptop liep steeds razendsnel leeg en ik kwam aan niets meer toe na een les. Nu heb ik de bestanden op een memorycard gezet die in het radiootje past.
Zittend bij de WakaWaka lamp en daarnaast het knalgele radiootje doen de jongens hun lesje: tellen en kleuren. Geel is de kleur die ze nu het beste kennen. Het radiootje gaat op Solar, en laad zich op via de solarlamp. Niks geen batterijen dus. Zon Zon Zon. Een uitkomst. Leek het me destijds een belachelijke aanschaf, de knalgele WakaWaka-rugzak met 2 lampen, een radiootje, een batterijlader en diverse plugjes en kabels, nu weet ik wel beter. Het is zijn 135 euro meer dan waard!
vrijdag 16 januari 2015
29 Soesoelaa!
Soesoelaa!
Iedereen is in ruste. De vrouwen liggen gewikkeld in hun dunne vierkante shawls op de matras onder het muskietennet. Tiko nog steeds op het hoofd. Het felle Tl-licht blijft aan. Toen ik het eens uitdeed hoorde ik de oude dame tegenover me het bed uit stommelen. Ze zou nog struikelen in het donker in haar wijde gewaad en dus ging het licht gauw weer aan.
Ik zit bij de ingang van de zaal op een stoel met mn zielige been op een tweede stoel. Naast me ligt de dochter van de andere overbuurvrouw op een kaal met plastic overtrokken matras. Het laken komt er pas op als er een patiënt binnen gebracht wordt. In foetushouding probeert ze het niet koud te hebben en de malariamuggen geen kans te geven, want ook geen net boven het bed. Ik overzie de zaal. Ze heeft het door en kijkt even naar me op. "Gezellig hé zo?" zeg ik in het Nederlands en moet lachen om de situatie. Ze lacht met me mee en zegt fluisterend: Soesoelaa! Ik denk dan nog dat dat 'gezellig!' betekent. Maar als ze vervolgens gespeeld geïrriteerd opspringt en de tiko van haar hoofd trekt en wild om zich heen gaat slaan, weet ik dat ze de muggen bedoelt. Ik kan mijn lachen niet onderdrukken. Ze sjeest de zaal door en slaat en wappert met de dunne doek waar ze maar kan. Steeds maar Soesoelaa! roepend en mij bevestigend aankijkend. "Zie je wel? Ik zei het je toch? Muggen!" Geestig hoe je zonder elkaars taal te verstaan met een enkel woordje uitstekend kunt communiceren en lol maken. Want even later is iedereen weer klaar wakker en gieren we het uit, om beurten Soesoelaa! roepend.
Als de verpleger binnenkomt om de beruchte infuusinjectie aan me te geven wordt het even stil. Ik kreun als het eerste vocht naar binnen dript. "Soesoelaa!! fluistert de vrouw lief. "Soesoelaa!" antwoordt ik en speur ondertussen ter afleiding het plafond af naar die rot muskieten. Kleine mugjes die rond dwarrelen zonder geluid. Gemeneriken. Soesoelaa!
Als de ellende achter de rug is hink-stap ik naar mijn bed. De vrouw is tot mijn grote verbazing niet bij haar eigen - wel logisch.. half verlamde - moeder maar bij de buurvrouw in bed gekropen. Soesoelaa! roept ze vanonder net muskietennet naar me. .
Soesoelaa! roep ik terug. Ze heeft gelijk. Je gaat toch niet zonder net slapen als het niet hoeft?! En dat de één een eigenlijk onbekende patiënt is... wat maakt dat nou uit?! We are all family!
Soesoelaa!!
Iedereen is in ruste. De vrouwen liggen gewikkeld in hun dunne vierkante shawls op de matras onder het muskietennet. Tiko nog steeds op het hoofd. Het felle Tl-licht blijft aan. Toen ik het eens uitdeed hoorde ik de oude dame tegenover me het bed uit stommelen. Ze zou nog struikelen in het donker in haar wijde gewaad en dus ging het licht gauw weer aan.
Ik zit bij de ingang van de zaal op een stoel met mn zielige been op een tweede stoel. Naast me ligt de dochter van de andere overbuurvrouw op een kaal met plastic overtrokken matras. Het laken komt er pas op als er een patiënt binnen gebracht wordt. In foetushouding probeert ze het niet koud te hebben en de malariamuggen geen kans te geven, want ook geen net boven het bed. Ik overzie de zaal. Ze heeft het door en kijkt even naar me op. "Gezellig hé zo?" zeg ik in het Nederlands en moet lachen om de situatie. Ze lacht met me mee en zegt fluisterend: Soesoelaa! Ik denk dan nog dat dat 'gezellig!' betekent. Maar als ze vervolgens gespeeld geïrriteerd opspringt en de tiko van haar hoofd trekt en wild om zich heen gaat slaan, weet ik dat ze de muggen bedoelt. Ik kan mijn lachen niet onderdrukken. Ze sjeest de zaal door en slaat en wappert met de dunne doek waar ze maar kan. Steeds maar Soesoelaa! roepend en mij bevestigend aankijkend. "Zie je wel? Ik zei het je toch? Muggen!" Geestig hoe je zonder elkaars taal te verstaan met een enkel woordje uitstekend kunt communiceren en lol maken. Want even later is iedereen weer klaar wakker en gieren we het uit, om beurten Soesoelaa! roepend.
Als de verpleger binnenkomt om de beruchte infuusinjectie aan me te geven wordt het even stil. Ik kreun als het eerste vocht naar binnen dript. "Soesoelaa!! fluistert de vrouw lief. "Soesoelaa!" antwoordt ik en speur ondertussen ter afleiding het plafond af naar die rot muskieten. Kleine mugjes die rond dwarrelen zonder geluid. Gemeneriken. Soesoelaa!
Als de ellende achter de rug is hink-stap ik naar mijn bed. De vrouw is tot mijn grote verbazing niet bij haar eigen - wel logisch.. half verlamde - moeder maar bij de buurvrouw in bed gekropen. Soesoelaa! roept ze vanonder net muskietennet naar me. .
Soesoelaa! roep ik terug. Ze heeft gelijk. Je gaat toch niet zonder net slapen als het niet hoeft?! En dat de één een eigenlijk onbekende patiënt is... wat maakt dat nou uit?! We are all family!
Soesoelaa!!
28 Kommer en Kwel
Woensdag 14 januari
Kommer en kwel. Nergens goed voor, dacht ik toen ik me plots realiseerde dat het veelal de inspiratiebron geweest is van vele grote schrijvers. Neem Thomas Mann die "De Toverberg"schreef tijdens zijn verblijf in een Zwitsers kuuroord vanwege zware tuberculose. Of August Willemsen die "De Val"schreef tijdens zijn verblijf in een revalidatiecentrum en voor hem destijds tevens afkickkliniek. En zo kan ik er nog wel een paar opnoemen.
Over geluk schrijven is in mijn ogen zoveel minder interessant. Het verveelt al gauw en - sorry dat ik het zeg - maar doet vaak niet onder voor de Bouquet-reeks.
Nee, dan ellende. Ik lust er wel pap van ;-) Ik kan uitgebreid vertellen over het wel en wee op de ziekenhuiskamer waar ik inmiddels met drie ander kotsende, rillende en kreunende vrouwen lig. En dan toch nog lol proberen te maken. Ik hoef de dames van het bezoek maar een compliment over hun dress te maken en ze zeggen direct "you can have it". Dat het tevens een compliment is aan de enorme billenpartij die pront onder het jakje uitsteekt, zeg ik maar niet. Het jakje van geel met zwarte noppenkatoen draagt ze strak over de forse borsten en flinke armen. Strak in de taille ingesnoerd waaiert het vervolgens vrolijk uit boven de strak over de billen getrokken rappa. Kunst.
Vanmiddag kreeg Tapha 'lunch' aangereikt door de verzorgende dochter van de overbuurvrouw. Een volle schaal met rijst. Ik moest er vooral van mee eten maar walgde ervan. Ik zei "njato njato - later-later" en draaide mijn hoofd zo snel mogelijk weg van het eten.
Ze moeten vreselijk lachen als ik Mandinka spreek. Zelf denk ik dan meteen dat ik het wel niet goed zal zeggen, maar het tegendeel is waar volgens hen. Toen de dokters en verplegers vanochtend hun ronde deden en me vroegen hoe het ging, antwoordde ik automatisch in het Mandinka. De ogen van de verplegers-in-opleiding puilden bijna uit en grinnikend verscholen ze zich achter elkaar. Hilarisch!
Het papier is op. Ik heb een velletje gekregen van de dienstdoende arts, maar dat is te klein om een heel verhaal neer te pennen. Ik kon niet slapen en dan schrijven de verhalen zichzelf in mijn hoofd. Het kom vast allemaal wel goed, maar blijft dat ik malaria mijn slechtste vijand niet toewens. De injecties en infusen. De vieze pillen, de wc die me doet denken aan Sally's nestje, het heeft allemaal niet de schoonheidsprijs maar ik doe het ermee. En doe mij de volgende keer maar een gewone griep..
Kommer en kwel. Nergens goed voor, dacht ik toen ik me plots realiseerde dat het veelal de inspiratiebron geweest is van vele grote schrijvers. Neem Thomas Mann die "De Toverberg"schreef tijdens zijn verblijf in een Zwitsers kuuroord vanwege zware tuberculose. Of August Willemsen die "De Val"schreef tijdens zijn verblijf in een revalidatiecentrum en voor hem destijds tevens afkickkliniek. En zo kan ik er nog wel een paar opnoemen.
Over geluk schrijven is in mijn ogen zoveel minder interessant. Het verveelt al gauw en - sorry dat ik het zeg - maar doet vaak niet onder voor de Bouquet-reeks.
Nee, dan ellende. Ik lust er wel pap van ;-) Ik kan uitgebreid vertellen over het wel en wee op de ziekenhuiskamer waar ik inmiddels met drie ander kotsende, rillende en kreunende vrouwen lig. En dan toch nog lol proberen te maken. Ik hoef de dames van het bezoek maar een compliment over hun dress te maken en ze zeggen direct "you can have it". Dat het tevens een compliment is aan de enorme billenpartij die pront onder het jakje uitsteekt, zeg ik maar niet. Het jakje van geel met zwarte noppenkatoen draagt ze strak over de forse borsten en flinke armen. Strak in de taille ingesnoerd waaiert het vervolgens vrolijk uit boven de strak over de billen getrokken rappa. Kunst.
Vanmiddag kreeg Tapha 'lunch' aangereikt door de verzorgende dochter van de overbuurvrouw. Een volle schaal met rijst. Ik moest er vooral van mee eten maar walgde ervan. Ik zei "njato njato - later-later" en draaide mijn hoofd zo snel mogelijk weg van het eten.
Ze moeten vreselijk lachen als ik Mandinka spreek. Zelf denk ik dan meteen dat ik het wel niet goed zal zeggen, maar het tegendeel is waar volgens hen. Toen de dokters en verplegers vanochtend hun ronde deden en me vroegen hoe het ging, antwoordde ik automatisch in het Mandinka. De ogen van de verplegers-in-opleiding puilden bijna uit en grinnikend verscholen ze zich achter elkaar. Hilarisch!
Het papier is op. Ik heb een velletje gekregen van de dienstdoende arts, maar dat is te klein om een heel verhaal neer te pennen. Ik kon niet slapen en dan schrijven de verhalen zichzelf in mijn hoofd. Het kom vast allemaal wel goed, maar blijft dat ik malaria mijn slechtste vijand niet toewens. De injecties en infusen. De vieze pillen, de wc die me doet denken aan Sally's nestje, het heeft allemaal niet de schoonheidsprijs maar ik doe het ermee. En doe mij de volgende keer maar een gewone griep..
zondag 11 januari 2015
27 Its all about caring
Zucht. Weer iets kwijt. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat alles wat ik inbreng uiterst interessant is. Dat in combinatie met het geen respect hebben voor andermans spullen maakt me bezorgd. Stelen kun je het niet altijd noemen, hoewel we daar zojuist weer een mooi staaltje van gezien hebben. "I need it" wordt er gezegd, en daarmee moet je het dan maar doen. Weg is weg. Gelukkig hebben we het WakaWaka radiootje terug gevonden op de bodem van de jeep. Maar het is een goede waarschuwing. Alles blijft in huis en de mensen blijven buiten. De gelegenheid maakt hier absoluut de dief.
Gisteren kwam Salieu geschokt vertellen dat zijn geld gestolen was. Nog schokkender werd het verhaal toen we van hem begrepen dat hij met Buba - een van Taphas apparentes en een van de jongens die hier in huis woonden tot voor kort - in een kamer geslapen had en dat diezelfde Buba 's ochtends in alle vroegte vertrokken was naar Casamance in Senegal. Met Salieus geld dat hij met keihard werken bij mij had verdiend. Hoe kun je je vergissen in iemand. Ik mocht Buba, ondanks al zijn stommiteiten die me goud geld kostten. Hij mocht als enige op mijn fiets omdat hij een handicap aan zijn heup heeft na een val. Gewoon vertrokken zonder iets of iemand iets te zeggen met het geld van een ander. En dan te bedenken dat hij hier in huis overal bij kon, want de kluis tevoorschijn halen leek me niet nodig gezien het geld dat hier wegstroomt. In het huis weliswaar, maar toch.
Zucht. Het blijft zoeken naar een middenweg: de mensen half vertrouwen en proberen de goede van de kwade te scheiden. Ik wil niet vooringenomen zijn, maar zal desondanks rekening moeten houden met de mentaliteit hier. Afgezien van het geen respect hebben voor andermans spullen, 'zorgen voor' is een minstens even groot probleem. Dat er dingen hier in huis zijn die 30 soms 40 jaar oud zijn is in de ogen van mijn mensen bijna magisch. Zelf laten ze alles slingeren en ruimen niets op. Soms lijkt het luiheid, soms desinteresse. Maar altijd komt het neer op kapotte spullen, kleren, fietsen en wat al niet. "My bike is broken" hoor je dan. En hoe dat komt? "Oh, de kinderen speelden ermee en toen lag hij naast het vuur en Bang! alle banden ontploften. En nu moet ik het hele eind lopen naar het dorp." Ik moet mezelf vermannen om geen geld voor een nieuwe band te geven. Niet doen Tien! Als ze zelf niet voor hun spullen kunnen zorgen hebben ze pech.
Pech. Zo is het maar net. En het Afrikaanse leven gaat gewoon weer verder. Ook zonder fiets.
Gisteren kwam Salieu geschokt vertellen dat zijn geld gestolen was. Nog schokkender werd het verhaal toen we van hem begrepen dat hij met Buba - een van Taphas apparentes en een van de jongens die hier in huis woonden tot voor kort - in een kamer geslapen had en dat diezelfde Buba 's ochtends in alle vroegte vertrokken was naar Casamance in Senegal. Met Salieus geld dat hij met keihard werken bij mij had verdiend. Hoe kun je je vergissen in iemand. Ik mocht Buba, ondanks al zijn stommiteiten die me goud geld kostten. Hij mocht als enige op mijn fiets omdat hij een handicap aan zijn heup heeft na een val. Gewoon vertrokken zonder iets of iemand iets te zeggen met het geld van een ander. En dan te bedenken dat hij hier in huis overal bij kon, want de kluis tevoorschijn halen leek me niet nodig gezien het geld dat hier wegstroomt. In het huis weliswaar, maar toch.
Zucht. Het blijft zoeken naar een middenweg: de mensen half vertrouwen en proberen de goede van de kwade te scheiden. Ik wil niet vooringenomen zijn, maar zal desondanks rekening moeten houden met de mentaliteit hier. Afgezien van het geen respect hebben voor andermans spullen, 'zorgen voor' is een minstens even groot probleem. Dat er dingen hier in huis zijn die 30 soms 40 jaar oud zijn is in de ogen van mijn mensen bijna magisch. Zelf laten ze alles slingeren en ruimen niets op. Soms lijkt het luiheid, soms desinteresse. Maar altijd komt het neer op kapotte spullen, kleren, fietsen en wat al niet. "My bike is broken" hoor je dan. En hoe dat komt? "Oh, de kinderen speelden ermee en toen lag hij naast het vuur en Bang! alle banden ontploften. En nu moet ik het hele eind lopen naar het dorp." Ik moet mezelf vermannen om geen geld voor een nieuwe band te geven. Niet doen Tien! Als ze zelf niet voor hun spullen kunnen zorgen hebben ze pech.
Pech. Zo is het maar net. En het Afrikaanse leven gaat gewoon weer verder. Ook zonder fiets.
Abonneren op:
Posts (Atom)













