donderdag 12 maart 2015

48 Nacht

 Het is nacht. Na uren en uren en uren piekeren, fantaseren, in mijn hoofd schrijven en weer piekeren, besluit ik plotsklaps dat het genoeg geweest is. De eerste haan heeft zich al laten horen.  In de verte blaffen honden. Over tien minuten zal  het valse gezang van de moskee te horen zijn. Bijna vijf uur. Was ik niet na een uur vast slapen wakker geworden om niet meer in te slapen? Of heb ik tussendoor nog een dutje gedaan?  Geen wonder dat ik overdag zo moe ben. En dan nu mezelf ook nog de kans op een laatste slaap ontnemen door met een hoofdlamp onder het muskietennet te gaan schrijven op het laptopje dat na twee-en-een-half uur leeg is. Die stelt tenminste een limiet. Dat kan ik van mezelf niet zeggen. Als er al grenzen zijn, dan zijn die om te passeren, te verleggen of te trotseren. Dat is de grote lol van het hier zijn. Alles anders. Nooit weten waar je aan toe bent omdat niets is wat het lijkt. Eén grote antropologische ontdekkingstocht.

Ik ga er maar eens wat beter voor zitten. Of liggen. In ieder geval een houding opzoeken waarbij mijn gekwetste bilspier nog even met rust gelaten wordt. Overigens een week geleden verrekt bij het uit de jeep tillen van een dertig kilo zware jerrycan met als gevolg een halve hernia en een slepend been. Kniesoor die daarop let. 
Ik wou het hebben over de dagelijkse handelingen. Daarover denkend in het donker kwam ik op het matten plafond dat aangebracht moest worden omdat ik het vuil in huis niet meer aankon. Niet vermoedend dat het aanleggen daarvan zoveel méér stof, vuil, cement en stenen met zich mee zou brengen.En dat het na twee dagen in een schuur geleefd te hebben in plaats van een 'palo' - huiskamer is iets teveel gezegd - bijna af was, maar natuurlijk niet helemaal. Precies boven het keukengedeelte bleken de matten op. En dus prijkt daar nu een vrolijk gat dat zicht geeft op de ruwe palmsticks en glimmende golfplaten, waauit het stof en vuil weer olijk op het 'aanrecht' en in mijn eten kan dwarrelen.

Ik wou niet klagen, maar gewoon objectief vertellen hoe doodgewone dagelijkse handelingen hier in de Roundhut in hun werk gaan. Koffie zetten en afwassen. Vis schoonmaken voor de hondjes al dan niet voor onszelf. De koelkast 'onderhouden". Het aanrecht schoonvegen. De afwasteil omwassen. Vuil verbranden. Het is alles zo anders, zoveel omslachtiger dan op de meest primitieve kampeerplek. Daar weet je tenminste dat je maar 1 pit hebt en een colafles water. Hier staat een vat van 75 liter naast het aanrecht dat  je eerst met drie jerrycans gevuld hebt en vervolgens  leeg schept met een liter-grote plastic kop. Tien keer bukken om een afwasteiltje te vullen. Afwasmiddel erin dat niet wil schoonmaken omdat het van olie of een ander goedje gemaakt is en dus niet schuimt en ook niet afwast maar wel ervoor zorgt dat je de vaat grondig na moet spoelen. Kop voor kop spoel je de borden en kopjes, pannen en bestek boven een tweede teiltje af om het daarna in het veel te kleine, maar oh zo handige Vlieland-afdruiprekje te belanden. Zoiets dus.

Of het Vlieland-koelkastje dat ik per container verstuurd heb. In het beste geval liggen daar  twee bevroren plastic zakken ijs in. Vijf dalasis per blok. Te halen in het dorp bij de Karolinka's die hun bier koel moeten houden.  Ijs smelt. En zeker in een warm land. Dus leg ik de blokken in een oude Tupperware schaal op de bodem. Elke ochtend trek ik het zware gevaarte - want gevuld met sla in een theedoek, tomaten, een halve kool, een zak vis, twee flesjes bier, een blikje fris, een pot mosterd en een pot jam - onder het aanrecht vandaan om het smeltwater in flessen te gieten.  Dat trekken schuurt en krast over de zanderige tegelvloer. Je bent meteen wakker. Alles eruit, alles erweer in.  Nu inclusief de flessen smeltwater. Na dit ritueel is de vis aan de beurt. Oh nee, eerst buiten het houtskool aanmaken in de Filippijnse vuurpot. Die staat hoog op een drum zodat ie wind kan vangen en vanzelf het vuur aangewakkerd wordt. De waterketel van de Luursemaatjes wordt gevuld met zo'n vijf koppen water - zwaar! met twee handen tillen - en kan erop als er één kooltje vuur gevat heeft.  Over een half uur kan er koffie gemaakt worden.

Zoals gezegd, ik klaag niet. Het is zoals het is. Soms zucht je erbij, soms zing je. En het heeft ook wel iets, als je na maanden Nescafe eindelijk eens de tijd neemt om echte espresso te zetten in een heuse zeskantige Italiaanse pot. Een overblijfsel van de Oostenrijkers die het onderweg in Napels gekocht hadden. Op een geimproviseerd 'rekje' van draadstaal op het gasstel of gewoon plompverloren Bam! in het houtskool buiten. Melkpoeder met water in een heuse steelpan, kloppen en de Capuccino is net echt. Nee, zo slecht hebben we het hier niet.
Ik ga nog even proberen te slapen. Ik heb me een uur vergist,,hoera!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten